Lezingen van de dag

DAGELIJKS EVANGELIE Ontvang iedere morgen de dagelijkse lezingen via email ! Katholieke, meertalige, gratis service.

  • Dinsdag 5 Mei : Uit de Handelingen der apostelen 14,19-28.
    on 5 mei 2026 at 04:31

    In die dagen kwamen er Joden van Antiochië en Ikonium die het volk ompraatten. Daarom stenigden zij Paulus en sleepten hem buiten de stad in de mening dat hij dood was. Maar toen de leerlingen om hem heen waren gaan staan richtte hij zich op en ging weer de stad binnen. De volgende dag vertrok hij met Barnabas naar Derbe. Nadat zij in die stad het Evange­lie hadden verkon­digd en vele leerlingen hadden gewonnen, keerden zij naar Lystra, Ikonium en Antiochie terug. Daar bevestigden zij de leerlingen in hun goede gesteld­heid, spoorden hen aan in het geloof te volharden en zeiden dat wij door vele kwellingen het Rijk Gods moeten binnen­gaan. In elke gemeente stelden zij na gebed en vasten oudsten voor hen aan en vertrouwden hen toe aan de Heer, in wie zij nu geloofden. Zij reisden door Pisidië naar Pamfylië, predikten het woord in Perge en bereikten Attalia. Daar gingen ze scheep naar Antiochië, vanwaar zij, aan Gods genade aanbevolen, waren uitgegaan naar het werk dat zij volbracht hadden. Na hun aankomst riepen zij de gemeente bijeen en vertel­den alles wat God met hun medewerking tot stand had gebracht en hoe Hij voor de heidenen de poort van het geloof had geopend. Geruime tijd brachten ze daar bij de leerlingen door.

  • Dinsdag 5 Mei : Psalmen 145(144),10-11.12-13ab.21.
    on 5 mei 2026 at 04:31

    Uw werken zullen U prijzen, Heer, uw vromen zullen U loven. Zij roemen de glorie van uw heerschappij, uw macht verkondigen zij. Zij maken uw kracht aan de mensen bekend, de pracht van uw Koninkrijk. Uw Rijk is een rijk voor alle eeuwen, uw heerschappij geldt voor ieder geslacht. Mijn mond bezingt de lof van de Heer en alles wat leeft prijze eeuwig zijn naam.

  • Dinsdag 5 Mei : Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes 14,27-31a.
    on 5 mei 2026 at 04:31

    In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: Vrede laat Ik u na; mijn vrede geef Ik u. Niet zoals de wereld die geeft, geef Ik hem u. Laat uw hart niet verontrust of kleinmoedig worden. Gij heb Mij horen zeggen: Ik ga heen, maar Ik keer tot u terug. Als gij Mij zoudt liefhebben, zoudt gij er blij om zijn dat Ik naar de Vader ga, want de Vader is groter dan Ik. Nu, eer het gebeurt, zeg Ik het u, opdat gij, wanneer het gebeurt zult geloven. Veel zal Ik niet meer met u spreken, want de vorst van de wereld is op komst. Welis­waar vermag hij niets tegen Mij, maar de wereld moet weten dat Ik de Vader liefheb en dat Ik handel zoals Hij Mij bevolen heeft. Staat op, laten we hier vandaan gaan.

  • Dinsdag 5 Mei : Johannes Tauler
    on 5 mei 2026 at 04:31

          In de beproeving, moet de mens die slechts God wil en die oprecht slechts naar God verlangt, in God vluchten en met alle geduld wachten totdat de rust is teruggekeerd.... Wie weet waar en hoe God zal willen terugkeren en hem met zijn gaven te vullen? Wat u betreft, houd u geduldig beschut in de goddelijke wil; dat is honderd keer beter dan vurig werken aan een schitterende deugd... Want de gaven van God zijn niet God zelf, en men moet slechts van Hem genieten, en niet van zijn gaven. Maar onze natuur is zo gulzig, zo op zichzelf gericht, dat zij overal insluipt, zich meester makend van wat niet van haar is, en zo de gaven van God vervuilend, en het edele werk van God tegenhoudend ...       Duik dus in Christus, in zijn armoede en zijn zuiverheid, in zijn gehoorzaamheid, zijn liefde en al zijn deugden. Het is in Hem dat aan de mens de gaven van de Heilige Geest, het geloof, de hoop en de liefde, de waarheid, de innerlijke vreugde en vrede, in de Heilige Geest worden gegeven. In Hem bevindt zich de overgave en het zachte geduld, waar men alles van God met een gelijkstemmig hart ontvangt.       Alles wat de God toelaat en beveelt, welvaart en tegenspoed, vreugde of pijn, moet leiden tot het welzijn van de mens (Rm 8,28). Het kleinste ding dat aan de mens gebeurt, wordt eeuwig door God gezien, zij bestaat in Hem voort, zij komt aan zoals Hij het heeft gewild, en niet anders. Wees dus in vrede! Deze vrede in alles, leert men slechts in de echte onthechting en het innerlijke leven... Dat is het aandeel van de edele mens wanneer hij stevig verankerd is in de rust van de ziel in God, in het verlangen naar God alleen, die alles verlicht; alles wordt gezuiverd door via Christus te gaan.

  • Maandag 4 Mei : Uit de Handelingen der apostelen 14,5-18.
    on 5 mei 2026 at 04:31

    Toen de heidenen en de Joden van Ikonium samen met hun overheden aanstalten maakten om Paulus en Barnabas te mishande­len en te stenigen, namen zij, zodra zij dit bemerk­ten, de wijk naar de Lykaonische steden Lystra, Derbe en hun omstreken. Ook daar predikten zij het Evangelie. Er was in Lystra een man die geen kracht in zijn voeten had en moest blijven zitten. Hij was van zijn geboorte af lam en had nooit kunnen lopen. Terwijl die man naar Paulus' toespraak luisterde, keek deze hem onderzoekend aan en zag dat hij het geloof bezat om gered te worden. Daarom sprak hij met stemverheffing: 'Ga op uw voeten staan, recht op!' De man sprong op en liep rond. Toen de mensen zagen wat Paulus gedaan had, begonnen ze te schreeuwen en riepen in het Lykao­nisch: 'De goden zijn in mensenge­daante tot ons neerge­daald.' Barnabas noemden ze Zeus, en Paulus, omdat hij de woordvoerder was, Hermes. De priester van de tempel Zeus-buiten-de-stad bracht bekranste stieren naar de poorten en wilde samen met het volk een offer gaan opdragen. Toen de apostelen Barnabas en Paulus dit verna­men, scheurden ze hun kleren en stortten zich tussen het volk, luid roepend: 'Mannen, wat gaat ge nu beginnen? Ook wij zijn mensen, juist als gij. Wij brengen u de Blijde Boodschap dat gij u af moet keren van deze waardeloze goden en u wenden tot de levende God, die de hemel en de aarde gemaakt heeft en de zee en alles wat daarin is. In voorbije tijden liet Hij alle volken hun gang gaan, maar Hij heeft niet nagelaten getuigenis van zichzelf te geven door het schenken van weldaden: vanuit de hemel schonk Hij u immers zegen en vruchtbare jaarge­tijden en verblijd­de u met overvloed van voedsel.' Maar zelfs deze woorden konden het volk er maar nauwe­lijks van weerhou­den hun een offer op te dragen.