Lezingen van de dag

DAGELIJKS EVANGELIE Ontvang iedere morgen de dagelijkse lezingen via email ! Katholieke, meertalige, gratis service.

  • Zaterdag 7 Maart : Uit de profeet Micha 7,14-15.18-20.
    on 7 maart 2026 at 05:06

    Neem uw herdersstaf en weid uw volk, Heer, de schapen die uw erfdeel zijn; tussen de bomen, midden in het woud, zijn zij zo vereenzaamd. Laat ze weiden in Basan en Gilead, zoals in vroegere dagen. Ik laat wonderen zien, zoals in de dagen dat gij uit Egypte wegtrok. Welke God is als Gij, die de schuld vergeeft, die voorbijgaat aan de zonde, door de rest van zijn erfdeel bedreven, die zijn toorn niet altijd laat duren, maar zijn vreugde vindt in goedheid? Hij zal zich opnieuw over ons ontfermen, Hij zal onze schuld onder zijn voeten verpletteren. Al onze zonden zal Hij naar de bodem van de zee verwijzen. Aan Jakob zult Gij uw trouw, aan Abraham uw goedheid tonen, zoals Gij het onze vaderen hebt bezworen, in de dagen van weleer.

  • Zaterdag 7 Maart : Psalmen 103(102),1-2.3-4.9-10.11-12.
    on 7 maart 2026 at 05:06

    Verheerlijk, mijn ziel, de Heer, zijn heilige Naam uit het diepst van uw wezen. Verheerlijk, mijn ziel, de Heer, vergeet zijn weldaden niet. Hij is het, die u uw schulden vergeeft, die u geneest van uw kwalen. Hij is het die u van de ondergang redt, die u omringt met zijn gunst en erbarmen. Hij blijft niet voortdurend verwijten maken, Hij is niet voor eeuwig vertoornd. Hij handelt met ons niet zoals wij verdienen, vergeldt ons niet onze schuld. Zo wijd als de hemel de aarde omspant, zo alomvattend is zijn erbarmen. Zo ver als de afstand van oost tot west, zo ver verdrijft Hij van ons de zonde

  • Zaterdag 7 Maart : Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 15,1-3.11-32.
    on 7 maart 2026 at 05:06

    In die tijd kwamen tollenaars en zondaars van allerlei slag bij Jezus om naar Hem te luisteren. Maar zowel de Farizeeën als de schriftgeleerden zeiden morrend tegen elkaar: ‘Die man ontvangt zondaars en eet met hen.’ Jezus vertelde hun toen deze gelijkenis: ‘Iemand had twee zonen. De jongste van hen zei tegen zijn vader: “Vader, geef mij het deel van uw bezit waarop ik recht heb.” De vader verdeelde zijn vermogen onder hen. Na enkele dagen verzilverde de jongste zoon zijn bezit en reisde af naar een ver land, waar hij een losbandig leven leidde en zijn vermogen verkwistte. Toen hij alles had uitgegeven, werd dat land getroffen door een zware hongersnood, en begon hij gebrek te lijden. Hij vroeg om werk bij een van de inwoners van dat land, die hem op het veld zijn varkens liet hoeden. Hij had graag zijn maag willen vullen met de peulen die de varkens te eten kregen, maar niemand gaf ze hem. Toen kwam hij tot zichzelf en dacht: De dagloners van mijn vader hebben eten in overvloed, en ik kom hier om van de honger. Ik zal naar mijn vader gaan en tegen hem zeggen: “Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u, ik ben het niet meer waard uw zoon genoemd te worden; behandel mij als een van uw dagloners.” Hij vertrok meteen en ging op weg naar zijn vader. Zijn vader zag hem in de verte al aankomen. Hij kreeg medelijden en rende op zijn zoon af, viel hem om de hals en kuste hem. “Vader,” zei zijn zoon tegen hem, “ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u, ik ben het niet meer waard uw zoon genoemd te worden.” Maar de vader zei tegen zijn knechten: “Haal vlug het mooiste gewaad en trek het hem aan, doe hem een ring aan zijn vinger en geef hem sandalen. Breng het gemeste kalf en slacht het. Laten we eten en feestvieren, want deze zoon van mij was dood en is weer tot leven gekomen, hij was verloren en is teruggevonden.” En ze begonnen feest te vieren.Het gemeste kalf slachten. De oudste zoon was op het veld. Toen hij naar huis ging en al dichtbij was, hoorde hij muziek en gedans. Hij riep een van de knechten bij zich en vroeg wat dat te betekenen had. De knecht zei tegen hem: “Uw broer is thuisgekomen, en uw vader heeft het gemeste kalf geslacht omdat hij hem gezond en wel heeft teruggekregen.” Hij werd woedend en wilde niet naar binnen gaan, maar zijn vader kwam naar buiten en trachtte hem te bedaren. Hij zei tegen zijn vader: “Al jarenlang werk ik voor u en nooit ben ik u ongehoorzaam geweest als u mij iets opdroeg, en u hebt mij zelfs nooit een geitenbokje gegeven om met mijn vrienden feest te vieren. Maar nu die zoon van u is thuisgekomen die uw vermogen heeft verkwanseld aan de hoeren, hebt u voor hem het gemeste kalf geslacht.” Zijn vader zei tegen hem: “Mijn jongen, jij bent altijd bij me, en alles wat van mij is, is van jou. Maar we konden toch niet anders dan feestvieren en blij zijn, want je broer was dood en is weer tot leven gekomen. Hij was verloren en is teruggevonden.”

  • Zaterdag 7 Maart : Z. Madeleine Delbrêl
    on 7 maart 2026 at 05:06

    Hoe lang duurt het toch, Heer, om te begrijpen dat wij alleen door barmhartigheid bemind kunnen worden, en dat geen enkele waardering, geen enkele bewondering, geen enkel vertrouwen van U tot ons kan komen zonder door Uw ontferming heen te zijn gegaan. Het duurt lang – maar het komt. Zoals een blind en doof kind, tussen de knieën van zijn moeder, ondergedompeld in duisternis en eenzaamheid, zo ontdekken wij onze ziel tussen de twee knieën van Uw Voorzienigheid. En dan neemt Uw Geest bezit van ons: die vinger van de rechterhand van de Vader, als een moederlijke hand, openbarend, opvoedend, die haar kind weer tot het leven brengt. Door een innerlijke aandrang leidt Uw Geest ons; door aanraking verkondigt Hij ons wat is. Zijn zwijgende omhulling zaait in ons hart een kiem van woorden. Op de woorden die wij spreken in onze eenzaamheid en onze duisternis, antwoordt de stilte van Uw Geest; een stilte waarvan de nabijheid ons omsluit en ons onderricht. Daarom is het voor ons genoeg te weten dat onze ogen werkelijk onbekwaam zijn om te zien, en onze oren doof voor alles wat U bent.

  • Vrijdag 6 Maart : Uit het boek Genesis 37,3-4.12-13a.17b-28.
    on 7 maart 2026 at 05:06

    Israël hield meer van Jozef dan van zijn andere zonen, omdat hij hem nog op zijn oude dag had gekregen. Hij liet voor hem een prachtig bovenkleed laten maken in allerlei kleuren. De broers zagen wel dat hun vader het meest van Jozef hield. Daarom konden ze Jozef niet uitstaan en kon er geen vriendelijk woord voor hem af. Toen Jozefs broers er eens opuit getrokken waren om de kudden van hun vader bij Sichem te laten grazen, zei Israël tegen Jozef: ‘Zoals je weet zijn je broers het vee aan het weiden bij Sichem. Ga jij eens naar hen toe.’ Jozef ging zijn broers achterna en trof hen in Dotan aan. Zijn broers zagen hem al van ver, en nog voordat hij hen had bereikt, hadden ze een plan beraamd om hem te doden. ‘Kijk daar eens,’ zeiden ze tegen elkaar, ‘daar komt die meesterdromer aan. Dit is onze kans! Laten we hem vermoorden en hem ergens in een put gooien. We zeggen gewoon dat hij door een roofdier is verslonden. Dan zullen we eens zien wat er van zijn dromen uitkomt.’ Toen Ruben dat hoorde, wilde hij proberen Jozef te redden. ‘Nee, laten we hem niet om het leven brengen,’ zei hij. ‘Er mag geen bloed vloeien! Gooi hem in die put hier, in deze verlaten streek, maar breng hem niet om.’ Zo wilde hij Jozef uit hun handen redden en hem ongedeerd naar zijn vader terug laten gaan. Zodra Jozef bij zijn broers was gekomen, trokken ze hem zijn bovenkleed uit, dat mooie veelkleurige gewaad, en gooiden hem in de put; de put was leeg, er stond geen water in. Daarna gingen ze zitten eten. Opeens zagen ze een karavaan naderen. Het waren Ismaëlieten die uit de richting van Gilead kwamen en op weg waren naar Egypte. De kamelen waren beladen met gom, balsem en cistushars. Toen zei Juda tegen zijn broers: ‘Wat hebben we eraan om onze broer te vermoorden? Dan moeten we ook de sporen weer zien uit te wissen. Laten we hem aan die Ismaëlieten verkopen in plaats van hem om te brengen; hij is tenslotte onze broer, ons eigen vlees en bloed.’ De anderen stemden hiermee in. Toen er Midjanitische kooplieden uit de karavaan voorbijkwamen, trokken de broers Jozef uit de put en verkochten hem voor twintig sjekel, en die Ismaëlieten namen Jozef mee naar Egypte.