Lezingen van de dag

DAGELIJKS EVANGELIE Ontvang iedere morgen de dagelijkse lezingen via email ! Katholieke, meertalige, gratis service.

  • Vrijdag 24 April : Uit de Handelingen der apostelen 9,1-20.
    on 23 april 2026 at 21:56

    In die dagen ging Saulus, die in ziedende woede de leerlingen van de Heer met de dood bedreigde, naar de hogepriester aan wie hij brieven vroeg voor de synago­gen in Damascus, om alle aanhangers van de Weg die hij zou vinden, mannen zowel als vrouwen, gevangen naar Jeruzalem te mogen voeren. Toen hij op zijn tocht Damascus naderde, omstraalde hem plotseling een licht uit de hemel. Hij viel ter aarde en hoorde een stem die hem zei: 'Saul, Saul, waarom vervolgt gij Mij?' Hij sprak: 'Wie zijt gij, Heer?' Hij antwoordde: 'Ik ben Jezus, die gij vervolgt. Maar sta op en ga de stad in; daar zal iemand u zeggen wat ge doen moet.' Zijn reisge­zellen stonden sprakeloos, want zij hoorden wel de stem, maar zagen niemand. Saulus stond van de grond op, maar hoewel zijn ogen open waren, zag hij niets. Zij namen hem dus bij de hand en brachten hem Damascus binnen. Drie dagen lang kon hij niet zien en at of dronk niet. Nu woonde er in Damascus een leerling die Ananias heette, en tot hem sprak de Heer in een visioen: 'Ananias.' Hij antwoordde: 'Hier ben ik, Heer.' De Heer vervolgde: 'Begeef u naar de Rechte Straat en vraag in het huis van Judas naar Saulus van Tarsus; hij is juist in gebed. ‑ Deze zag reeds in een visioen een man, Ananias, binnenko­men en hem de handen opleggen, opdat hij weer zo u zien. ‑ Maar Ananias wierp tegen: 'Heer, ik heb van velen gehoord hoeveel kwaad die man uw heiligen in Jeruzalem heeft aangedaan. Ook hier heeft hij van de hogepriester volmacht om allen die uw Naam aanroepen in boeien te slaan.' De Heer beval hem: 'Ga, want die man is mijn uitverkoren werktuig om mijn Naam uit te dragen onder heidenen en koningen en onder de zonen van Israel. Ik zal hem laten zien, hoeveel hij om mijn Naam moet lijden.' Toen begaf Ananias zich naar het huis, trad binnen en legde hem de handen op met de woorden: 'Saul, broeder, de Heer heeft mij gezon­den, Jezus die u op de weg hierheen verschenen is, opdat ge weer zien moogt en vervuld worden van de heilige Geest.' Op hetzelfde ogenblik vielen hem als het ware de schellen van de ogen. Hij zag weer en terstond liet hij zich dopen. Hij nam voedsel tot zich en kwam weer op krachten. Enige tijd bleef hij bij de leerlingen in Damascus. Terstond begon hij in de synagoge Jezus te prediken en zei: 'Deze is de Zoon Gods.'

  • Vrijdag 24 April : Psalmen 117(116),1.2.
    on 23 april 2026 at 21:56

    Looft nu de Heer, alle naties der aarde, huldigt de Heer, alle volken rondom; omdat Hij bij ons zijn goedheid getoond heeft; de trouw van de Heer houdt in eeuwigheid stand.

  • Vrijdag 24 April : Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes 6,52-59.
    on 23 april 2026 at 21:56

    In die dagen raakten de Joden met elkaar in twist en zeiden: 'Hoe kan Hij ons zijn vlees te eten geven?' Jezus sprak daarop tot hen: 'Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: als gij het vlees van de Mensenzoon niet eet en zijn bloed niet drinkt, hebt gij het leven niet in u. Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag. Want mijn vlees is echt voedsel en mijn bloed is echte drank. Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in hem. Zoals Ik door de Vader die leeft, gezonden ben en leef door de Vader, zo zal ook hij die Mij eet, leven door Mij. Dit is het brood, dat uit de hemel is neergedaald. Het is niet zoals bij de vaderen, die gegeten hebben en niettemin gestorven zijn: wie dit brood eet, zal in eeuwigheid leven.' Dit zij Jezus bij zijn onderricht in de synagoge van Kafarnaum.

  • Vrijdag 24 April : H. Catharina van Siëna
    on 23 april 2026 at 21:56

    [De heilige Catharina hoorde God tot haar zeggen:] O mijn zeer geliefde dochter, open wijd het oog van je verstand om de afgrond van mijn Liefde te aanschouwen. Er is geen redelijk schepsel wiens hart niet zou moeten breken onder de kracht van de liefde, wanneer het — na alle weldaden waarmee Ik jullie heb overladen — het geschenk overweegt dat jullie ontvangen in dit Sacrament. (…) Wie proeft, ziet en raakt dit Sacrament aan? De zintuigen van de ziel. Met welk oog ziet zij het? Met het oog van het verstand, als dat oog is voorzien van de pupil van het allerheiligst Geloof. Dat oog ziet onder deze witte gestalte de gehele Godheid, de gehele mensheid, de goddelijke natuur verenigd met de menselijke natuur, het lichaam, de ziel, het bloed van Christus, de ziel verenigd met het lichaam, en lichaam en ziel verenigd met mijn goddelijke natuur, zonder van Mij gescheiden te zijn. (…) En wie raakt het aan? De hand van de liefde. Ja, met die hand raakt de ziel aan wat het oog van de geest in het Sacrament door het geloof heeft gezien en gekend; en zij raakt het aan met die hand van de liefde om zich te verzekeren van wat het verstand door het geloof heeft gezien en gekend. Wie proeft het? De smaak van het heilig verlangen. De lichamelijke smaak proeft de smaak van het brood, maar de smaak van de ziel, het heilig verlangen, proeft de God-mens. Je ziet dus dat de zintuigen van het lichaam hier worden misleid, maar niet het zintuig van de ziel, vanwege het licht en de zekerheid die zij in zichzelf bezit. Want het oog van het verstand heeft waargenomen door de pupil van het allerheiligst Geloof; het heeft gezien en kent, en raakt vervolgens in geloof, met de hand van de liefde, aan wat het door het geloof heeft gekend. Ten slotte proeft de ziel, door de smaak die in haar is, het vurige verlangen, wat zij heeft gezien en aangeraakt: de onuitsprekelijke liefde van mijn vurige Liefde. Het is deze Liefde die zich heeft verwaardigd haar uit te nodigen om een zo groot mysterie te ontvangen, samen met de genade die het voortbrengt in dit Sacrament.

  • Donderdag 23 April : Uit de Handelingen der apostelen 8,26-40.
    on 23 april 2026 at 21:56

    In die dagen sprak een Engel van de Heer sprak tot Filippus: 'Begeef u op reis naar het zuiden en ga de weg op die van Jeruzalem naar Gaza loopt. Deze is eenzaam.' Hij begaf zich op reis. Terzelfder tijd bevond een Ethio­pier zich op de terugweg van een pel­grimstocht naar Jeruzalem; hij was een eunuch, een hoveling van Kandake, de koningin van de Ethiopiers, en haar opperschatmeester. Gezeten in zijn reiskoets was hij de profeet Jesaja aan het lezen. De Geest sprak tot Filippus: 'Ga naar die reiskoets en blijf in de nabij­heid.' Toen Filippus er naar toe gegaan was, hoorde hij hem de profeet Jesaja lezen. Hij vroeg hem: 'Begrijpt ge wat ge leest?' Maar de Ethiopier ant­woordde: 'Hoe zou ik dan kunnen, als niemand mij daarin behulpzaam is?' Hij nodigde Filippus uit in te stappen en bij hem te komen zitten. De schrif­tuur­plaats die hij juist las was de volgen­de: Als een schaap werd Hij ter slachtbank geleid; en evenals een lam, stom tegen zijn scheerder, opende Hij zijn mond niet. Door zijn vernedering is zijn vonnis voltrokken. Wie zal zijn geslacht kunnen beschrijven? Want zijn leven wordt weggenomen van de aarde. Nu richtte de eunuch het woord tot Filippus: 'Mag ik u vragen van wie de profeet dit zegt? Van zichzelf of van iemand anders?' Filippus begon te spreken en uitgaande van deze tekst verkondigde hij hem Jezus. Al voortreizen­de kwamen ze bij een water en de hoveling zei: 'Hier is water. Wat is er op tegen, dat ik gedoopt word?' Hij liet de koets stil houden en beiden, Filippus en de eunuch, daalden af in het water en hij doopte hem. Toen zij in het water gekomen waren, rukte de Geest des Heren Filippus weg; de eunuch zeg hem niet meer en zette vol blijdschap zijn reis voort. Filippus echter werd aangetroffen in Azotus. Daar trok hij rond en predikte de Blijde Boodschap in alle steden totdat hij in Caeserea kwam.