Het woord van de Heer werd voor de tweede maal tot Jona gericht: “Sta op, ga naar Nineve, de grote stad Nineve en zeg haar aan wat Ik u te zeggen heb gegeven.” Jona stond op en ging naar Nineve, zoals de Heer bevolen had. Nineve was een geweldig grote stad, drie dagen had men nodig om er doorheen te trekken. Jona begon de stad in te gaan, een dagreis ver. Toen riep hij: 'Veertig dagen nog, en Nineve wordt met de grond gelijk gemaakt!' Maar de Ninevieten zochten hun steun bij God; zij riepen een vasten uit en allen, van groot tot klein, trokken zij boetekleren aan. Het woord van Jona kwam ook de koning van Nineve ter ore; hij stond op van zijn troon, legde zijn staatsiegewaad af, trok een boetekleed aan en zette zich neer in het stof. Hij liet in Nineve omroepen: 'Op last van de koning en van zijn rijksgroten! Mensen en dieren, grootvee en kleinvee, zij mogen niets eten, zij mogen niet grazen en geen water drinken. Mensen en dieren moeten zich in boetekleren hullen en uit alle macht tot God roepen; ieder moet terugkomen van zijn heilloze wegen en van de ongerechtigheid, die aan zijn handen kleeft. Wie weet of God dan niet terugkomt op zijn besluit en daar spijt van krijgt; wie weet of Hij niet terugkomt op zijn vlammende toorn, zodat wij niet te gronde gaan!' En God zag wat zij deden; Hij zag hoe zij terugkwamen van hun heilloze wegen. En God kreeg spijt, dat Hij hen met dat onheil bedreigd had. Hij bracht het niet ten uitvoer.
God, ontferm U over mij in uw barmhartigheid, delg mijn zondigheid in uw erbarmen. Was mijn schuld volkomen van mij af, reinig mij van al mijn zonden. Schep in mij een zuiver hart, mijn God, geef mij weer een vastberaden geest. Wil mij niet verstoten van uw Aanschijn, neem uw heilige Geest niet van mij weg. In geschenken hebt Gij geen behagen, wat ik U ook bied, Gij wilt het niet. Wat ik offer, God, is mijn boetvaardigheid, een vermorzeld en vernederd hart wijst Gij niet af.
In die tijd, toen het volk samenstroomde, begon Jezus te spreken: 'Dit geslacht is een verdorven geslacht; het verlangt een teken, maar geen ander teken zal het gegeven worden dan het teken van Jona. Zoals namelijk Jona een teken werd voor de Ninevieten, zo zal ook de Mensenzoon het zijn voor dit geslacht. De koningin van het Zuiden zal bij het oordeel opstaan samen met de mensen van dit geslacht en hen veroordelen, want zij kwam van het uiteinde der aarde om te luisteren naar de wijsheid van Salomo; welnu hier is meer dan Salomo. De mensen van Nineve zullen bij het oordeel opstaan samen met dit geslacht en het veroordelen, want zij hebben zich bekeerd op de prediking van Jona: welnu, hier is meer dan Jona.
Laten we ons bekeren, laten we ons omkeren van onwetendheid naar ware kennis, van dwaasheid naar wijsheid, van ongerechtigheid naar gerechtigheid, van slechtheid naar God. Veel goeds komt daar uit voort, zoals God het zelf zei bij Jesaja: “Het erfdeel is bij hen die de Heer dienen” (Jes 54,17). Geen goud of zilver, noch wat wormstekig is of wat de dief ontmaskert (Mt 6,19), maar de onschatbare schat van de redding… Dit erfdeel legt het eeuwige testament in onze handen, waardoor God ons van gaven verzekert. Deze Vader die liefdevol van ons houdt, blijft ons verhoren, ons opvoeden, ons liefhebben en ons redden. “Wees rechtvaardig”, zegt de Heer. “Alle dorstigen, komt naar het water, en allen die geen geld hebben, kom, koop en eet; ja kom, koop zonder geld” (Jes 55,1) Hij nodigt ons uit in het bad dat ons reinigt, dat ons naar de redding en de verlichting brengt… De heiligen van de Heer zullen de heerlijkheid van God erven en zijn macht: “Wat geen oog heeft gezien, wat geen oor heeft gehoord en wat in geen mensenhart is opgekomen” (1Kor 2,9)… U hebt deze goddelijke belofte van genade en aan de andere kant hebt u de dreigingen van straf gehoord: dat zijn de twee wegen waardoor de Heer redt… Waarom treuzelen we? Waarom ontvangen we niet zijn gave door de beste te kiezen?... “Ik heb het leven en de dood voor u gesteld” (Deut 30,15). De Heer probeert u voor het leven te laten kiezen; Hij adviseert u als een vader… Tegen wie zal de Heer zeggen: “Het Koninkrijk der hemelen is voor u” (Mt 5,3)? Het is van u, als u wilt, wanneer u gekozen hebt ten gunste van God. Het is van u, als u alleen maar wilt geloven en de kern van de boodschap volgt, zoals de Ninevieten geluisterd hebben naar de boodschap van de profeet en het verkregen hebben, dankzij hun oprechte berouw, een mooie redding in plaats van de vernietiging die hun bedreigde.
Zo spreekt God de Heer: “Zoals de regen en de sneeuw uit de hemel vallen en daar pas terugkeren, wanneer zij de aarde hebben gedrenkt, haar hebben bevrucht, zodat zij groen wordt, wanneer zij het zaad aan de zaaier hebben gegeven en het brood aan de eter, zo zal het ook gaan met het woord; dat komt uit mijn mond, het keert niet vruchteloos naar Mij terug, het keert pas weer, wanneer het Mijn wil volbracht heeft en zijn zending heeft vervuld.”