Lezingen van de dag

DAGELIJKS EVANGELIE Ontvang iedere morgen de dagelijkse lezingen via email ! Katholieke, meertalige, gratis service.

  • Zaterdag 31 Januari : Uit het 2e boek Samuël 12,1-7a.10-17.
    on 30 januari 2026 at 18:41

    In die dagen zond de Heer de profeet Natan naar David. Hij trad op bij de koning binnen en sprak tot hem: Twee mannen, een rijke en een arme , woonden in dezelfde stad. De rijke bezat heel veel schapen en runderen, de arme maar een enkel lammetje, dat hij gekocht had. Hij had het in leven weten te houden. Het was met hem en was bij hem opgegroeid, tussen zijn kinderen; het dier at van zijn bord, het dronk uit zijn beker, het sliep in zijn schoot; het was net zijn eigen dochter. Eens kreeg de rijk man bezoek. Hij het niet over zijn hart kon verkrijgen, een schaap of rund van zijn eigen kudde te nemen en dat klaar te maken voor de reiziger die bij hem gekomen was. Hij pakte het lam van de arme en maakte dat klaar voor zijn gast. David was diep verontwaardigd over die man en hij zij tot Natan: Zowaar de Heer leeft; de man, die dat gedaan heeft verdient de dood. En het lam moet hij vierdubbel vergoeden, omdat hij er niet voor is teruggeschrokken zo iets ergs te doen. Toen sprak Natan tot David: Die man bent u. Welnu, het zwaard zal nooit meer wijken van uw huis, omdat ge Mij hebt geminacht en de vrouw van de Hetthiet Uria tot vrouw hebt genomen. Zo spreekt de Heer: Voorwaar, uit uw eigen huis ga Ik rampspoed over u brengen; Ik zal uw vrouwen onder uw ogen van u afnemen en ze geven aan iemand die u na staat; op klaarlichte dag zal die met uw vrouwen gaan slapen. Gij hebt in het verborgene gehandeld, maar Ik zal handelen ten aanschouwen van heel Israel en op klaarlichte dag. Toen zei David tot Natan: Ik heb tegen de Heer gezondigd! Natan antwoordde; Dan heeft de Heer u vergeven: u zult niet sterven. Maar omdat u door deze daad de vijanden van de Heer reden tot lasteren hebt gegeven, zal wel het kind dat u geboren is moeten sterven. Daarop ging Natan naar huis en de Heer sloeg het kind dat de vrouw van Uria aan David geschonken had, met een zware ziekte. En David smeekte tot God voor de jongen; hij vastte streng en als hij zich terugtrok voor de nacht legde hij zich op de grond te slapen. De oudsten van het hof drongen er bij hem op aan dat hij niet langer op de grond zou slapen, maar hij wilde niet luisteren: hij weigerde ook met hen te eten.

  • Zaterdag 31 Januari : Psalmen 51(50),12-13.14-15.16-17.
    on 30 januari 2026 at 18:41

    Schep in mij een zuiver hart, mijn God, geef mij weer een vastberaden geest. Wil mij niet verstoten van uw Aanschijn, neem uw heilige Geest niet van mij weg. Geef mij weer de weelde van uw zegen, maak mij sterk in edelmoedigheid. Dan zal ik de dwalenden uw wegen leren kennen, alle schuldigen terugvoeren tot U. Houd mij ver van bloedschuld God mijn redder, dan bezingt mijn tong uw wijs beleid. Heer, maak Gij mijn lippen los, dat mijn mond uw lof kan zingen.

  • Zaterdag 31 Januari : Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus 4,35-41.
    on 30 januari 2026 at 18:41

    Op een zekere dag tegen het vallen van de avond sprak Jezus tot zijn leerlingen : 'Laten we oversteken.' Zij stuurden het volk weg en namen Hem mee zoals Hij daar in de boot zat; andere boten begeleidden Hem. Er stak een hevige storm op en de golven sloegen over de boot, zodat hij al vol liep. Intussen lag Hij aan de achtersteven op het kussen te slapen. Ze maakten Hem wakker en zeiden Hem: 'Meester, raakt het U niet dat wij vergaan?' Hij stond op, richtte zich met een dwin­gend woord tot de wind en sprak tot het water: 'Zwijg, stil!' De wind ging liggen en het werd volmaakt stil. Hij sprak tot hen: 'Waarom zijn ge zo bang? Hoe is het mogelijk dat ge nog geen geloof bezit?' Zij werden door een grote vrees bevangen en vroegen elkaar: 'Wie is hij toch, dat zelfs wind en water Hem gehoorzamen?'

  • Zaterdag 31 Januari : H. Theresia van het kind Jezus
    on 30 januari 2026 at 18:41

          Vooraleer over deze beproeving te vertellen, Moeder, had ik u eigenlijk eerst moeten spreken over de retraite die voorafging aan mijn professie. Die retraite bracht mij helemaal geen troost, maar de meest volstrekte dorheid en bijna verlatenheid vielen mij ten deel. Jezus sluimerde als altijd in mijn bootje. Ach, ik zie dat de mensen Hem maar zelden rustig laten slapen! Jezus is zo moe om zich altijd weer voor ons in te spannen, dat Hij erg graag profiteert van de rust die ik Hem bied. Hij zal stellig niet wakker worden vóór mijn grote retraite in de eeuwigheid, maar in plaats dat mij dat verdriet doet, ben ik daar heel erg blij mee...       Heus, ik ben nog een heel eind van de heiligheid verwijderd, dat alleen al is er het bewijs voor ! In plaats van blij te zijn over mijn gebedsdorheid zou ik die moeten toeschrijven aan mijn geringe vurigheid en getrouwheid. Ik zou het heel erg moeten vinden dat ik al zeven jaar lang zit te slapen tijdens mijn gebedsuren en dankzegging. Welnu, ik zit er niet over in !... Ik denk dat de ouders hun kleine kinderen even lief vinden wanneer deze slapen als wanneer zij wakker zijn. Ik bedenk dat de dokters vóór de operatie hun patiënten ook in slaap maken. Tenslotte denk ik dat "de Heer onze broosheid kent en wel weet dat wij maar stof zijn". (Ps 102,14).       De retraite vóór mijn geloften was dus — net als alle andere die erna kwamen — een retraite van grote dorheid. Toch liet de goede God mij duidelijk blijken, zonder dat ik het merkte, op welke manier ik Hem plezier kon doen en de meest verheven deugden kon beoefenen. Ik heb heel wat keren opgemerkt dat Jezus mij geen voedselvoorraad wil geven, maar Hij voedt mij elk ogenblik met een heel nieuw voedsel. Ik tref het in mijzelf aan zonder dat ik weet waar het vandaan komt. Ik geloof heel eenvoudig dat Jezus zelf, verborgen diep in mijn arme hart, mij de genade bewijst om in mij werkzaam te zijn en mij overal aan laat denken wat Hij wenst dat ik op dit ogenblik moet doen.

  • Vrijdag 30 Januari : Uit het 2e boek Samuël 11,1-4a.5-10a.13-17.
    on 30 januari 2026 at 18:41

    Omstreeks de jaarwisseling, wanneer de koningen te velde trekken, liet David Joab met zijn eigen lijfwacht en alle Israëlieten uitrukken; zij vernietigden de Ammonieten en sloegen het beleg voor Rabba. David zelf bleef in Jeruzalem. Op een avond stond David van zijn rustbed op en ging wat wandelen op het dakterras van het paleis. Vanaf het terras zag hij een vrouw, die aan het baden was; zij was heel mooi. David liet naar de vrouw informeren en er werd hem gezegd: “Het is Batseba, de dochter van Eliam, de vrouw van Uria, de Hethiet.” Toen zond David boden om de vrouw te halen; zij kwam bij hem en hij sliep met haar. De vrouw werd zwanger, en zij liet aan David berichten: “Ik ben zwanger.” Toen zond David een boodschap aan Joab: “Stuur Uria, de Hethiet, naar mij toe.” Joab stuurde Uria naar David. Toen Uria bij hem kwam, informeerde David, hoe het met Joab ging en met het leger en met de oorlog. Daarna zei hij tot Uria: “Ga naar huis en neem een bad.” Uria verliet het paleis, waarbij een schotel van de koninklijke tafel achter hem werd aangedragen. Maar Uria overnachtte in het portaal van het paleis, bij de dienaren van zijn heer, en hij ging niet naar huis. Toen aan David gemeld werd dat Uria niet naar huis was gegaan, zei hij tot Uria: “U hebt toch een hele reis achter de rug. Waarom zijt ge dan niet naar huis gegaan?” David nodigde hem uit te eten en te drinken aan zijn tafel en hij voerde hem dronken. Toch ging Uria ‘s avonds weer slapen op zijn brits bij de dienaren van zijn heer en hij ging niet naar huis. De volgende morgen schreef David een brief aan Joab, die hij door Uria liet overbrengen. In die brief schreef hij het volgende: “Zet Uria vooraan in de strijd, waar het hevigst gevochten wordt, en trek u dan achter hem terug, zodat hij wordt getroffen en sneuvelt.” Toen zette Joab bij de belegering van de stad Uria op een bepaalde plaats, waar hij wist dat er sterke troepen stonden. De bewoners van de stad deden een uitval tegen Joab; er vielen enigen van het volk, van Davids lijfwacht; ook Uria de Hethiet vond de dood.