Lezingen van de dag

DAGELIJKS EVANGELIE Ontvang iedere morgen de dagelijkse lezingen via email ! Katholieke, meertalige, gratis service.

  • Woensdag 21 Januari : Uit het 1e boek Samuël 17,32-33.37.40-51.
    on 20 januari 2026 at 23:11

    In die dagen werd David bij Saul gebracht, en hij zei: ‘Laat niemand de moed verliezen vanwege die Filistijn; uw dienaar zal met hem vechten.’ Saul zei tot David: ‘U kunt toch niet met die Filistijn gaan vechten! U bent nog maar een knaap en hij is een vechtersbaas, vanaf zijn jonge jaren.’ Maar David zei: 'De Heer, die mij gered heeft uit de klauwen van leeuwen en beren, Hij zal mij ook redden uit de handen van die Filistijn.’ Daarop zei Saul tot David: ‘Ga dan, en moge de Heer met u zijn.’ David nam zijn stok in de hand, zocht in de beek vijf gladde stenen uit, deed ze in zijn herderstas, de tas van de slingerstenen, en ging met zijn slinger in de hand op de Filistijn af. Daar kwam de Filistijn aan, voorafgegaan door zijn schildknaap; steeds dichter naderde hij David. Maar toen hij David in het oog hd gekregen en hem goed had bekeken begon hij hem te honen, omdat David nog maar een jongen was, rossig en prettig van voorkomen. Hij riep David toe: ‘Ben ik soms een hond, dat je met een stok op me af komt?’ En hij begon David bij zijn goden te vervloeken. Kom maar eens hier, riep hij hem toe, dan zal ik uw vlees te vreten geven aan de vogels in de lucht en aan de dieren op het veld. Maar David zij tot de Filistijn: Gij komt op mij af met zwaard en werpspies, maar ik kom op u af met de Naam van de Heer van de legermachten, die gij vandaag hebt getart. Vandaag zal de Heer u aan mij overleveren; ik zal u neervellen, uw hoofd van uw romp scheiden en vandaag nog de lijken van de Filistijnen te vreten geven aan de vogels in de lucht en de dieren op het veld. Heel de aarde zal weten dat Israël een God heeft. Heel deze menigte zal weten dat de Heer geen redding brengt door zwaard of lans. Want de Heer beslist over de strijd en Hij zal u aan ons overleveren. Toen de Filistijn op de aanval overging, rende David op de gelederen af, de Filistijn tegemoet. Hij deed een greep in zijn tas nam er een steen uit, slingerde die naar de Filistijn en trof hem tegen het voorhoofd. De steen drong in het hoofd en de Filistijn viel voorover op de grond. Zo was David met zijn slinger en steen sterker dan de Filistijn; hij trof hem dodelijk zonder zwaard te gebruiken. Nu rende David op de Filistijn toe; hij ging bij hem staan trok het zwaard van de Filistijn uit de schede, hieuw hem het hoofd van de romp en doodde hem. Toen de Filistijnen zagen dat hun held dood was, sloegen ze op de vlucht.

  • Woensdag 21 Januari : Psalmen 144(143),1.2.9-10.
    on 20 januari 2026 at 23:11

    Geprezen zij de Heer, mijn rots, die mijn handen oefent voor de strijd, die mijn vingers schoolt voor het gevecht. Mijn beschermer, mijn vesting, de burcht die mij veiligheid biedt, het schild waarachter ik schuil, Hij die volken aan mij onderwerpt. Ik wil een nieuw lied voor U zingen, mijn God, voor U spelen op de tiensnarige harp, want U brengt koningen redding, U hebt David, uw dienaar, bevrijd.

  • Woensdag 21 Januari : Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus 3,1-6.
    on 20 januari 2026 at 23:11

    In die tijd ging Jezus naar de synago­ge waar een man aanwezig was met een verschrompelde hand. Zij hielden Hem in het oog of Hij hem op sabbat zou genezen, met de bedoeling Hem daarvan te beschuldi­gen. Hij zei nu tot de man met de verschrompelde hand: 'Kom in het midden staan.' Daarop stelde Hij hun de vraag: 'Mag men op sabbat goed doen of kwaad, iemand redden of doden?' Maar zij zwegen. Toen liet Hij toornig, maar tegelijkertijd bedroefd om de verstoktheid van hun hart, zijn blik rondgaan en zei tot de man: 'Steekt uw hand uit.' Hij stak zijn hand uit en deze was weer gezond. En de Farizeeën gingen naar buiten en aanstonds smeedden zij met de Herodianen plannen om Hem uit de weg te ruimen.

  • Woensdag 21 Januari : H. Gertruida van Helfta
    on 20 januari 2026 at 23:11

          Zet je op het uur van gebed in de tegenwoordigheid van de vrede en de liefde (...) : O Vrede van God die alle gevoelens overstijgt (Fil 4,7), plezierig en aangenaam, zacht en boven alles verkiezend, overal waar U doordringt, heerst een ondoordringbare veiligheid. U alleen hebt de macht om een rem te zetten op de woede van een vorst; U versiert de troon van de koning door de vergevingsgezindheid; U verlicht het koninkrijk van de heerlijkheid door medelijden en barmhartigheid. Neem mijn probleem uit genade bij de hand, ik ben de schuldige en de  behoeftige... De schuldeiser staat reeds aan de deur (...) het is niet verstandig van mij om met hem te spreken, aangezien ik niet weet hoe de schuld te betalen. Zachtmoedige Jezus, mijn Vrede, hoe lang nog blijft U stil? (...) Heb genade en spreek dan tenminste tot mij, zeg dat vriendelijke woord: "Ik zal haar vrijkopen". U bent absoluut de schuilplaats voor de armen. U gaat aan niemand voorbij zonder hem eerst de redding gegeven te hebben. U hebt nooit iemand laten vertrekken die bij U kwam schuilen, zonder dat hij getroost werd. (...)       Uit genade, mijn Geliefde, mijn Jezus, bent U op dit uur van de dag voor mij gegeseld, met een doornenkroon gekroond, erbarmelijk vervuld van lijden. U bent mijn ware Koning, buiten U ken ik niemand. U hebt zich te schande gemaakt bij de mensen, afstotelijk en verwerpelijk als een melaatse (Jes 53,3), tot Judea weigert om U als hun koning te erkennen (Joh 19, 14-15). Dat ik U dan tenminste door uw genade herken als mijn Koning! Mijn God geef mij die onschuld, die zo teder geliefd is, mijn Jezus, die voor mij "heeft betaald" zo volledig met "wat Hij niet geroofd had" (Ps 69,5), geef het aan mij om tot steun van mijn ziel te zijn. Dat ik het in mijn hart ontvangen mag; dat Hij mijn geest troost door middel van de bitterheid van zijn pijnen en zijn Lijden. (...)       En U, Vrede van God, wees de liefdevolle band die mij voor altijd met Jezus verbindt. Wees de ondersteuning van mijn kracht (...), opdat ik "één wordt van hart en ziel" met Jezus (Hand 4,32). (...) Door U zal ik altijd met mijn Jezus verbonden blijven.

  • Dinsdag 20 Januari : Uit het 1e boek Samuël 16,1-13.
    on 20 januari 2026 at 23:11

    In die dagen sprak de tot Samuël: ‘Hoe lang blijf je nog treuren om Saul, die ik als koning van Israël verworpen heb? Kom, vul je hoorn met olie en ga voor mij naar Isaï in Betlehem, want een van zijn zonen heb ik als koning uitgekozen.’ ‘Hoe kan ik dat nu doen?’ wierp Samuël tegen. ‘Saul zal me vermoorden als hij het hoort.’ De Heer antwoordde: ‘Neem een jonge koe mee en zeg dat je bent gekomen om de Heer een offer te brengen. Nodig Isaï uit voor het offermaal, dan zal ik je laten weten wat je doen moet. Wie ik je aanwijs, die moet je voor mij zalven.’ Samuël deed wat de Heer had gezegd. Toen hij in Betlehem aankwam, kwamen de oudsten van de stad hem ongerust tegemoet en vroegen: ‘Uw komst is toch geen slecht teken?’ ‘Wees gerust,’ antwoordde Samuël. ‘Ik ben gekomen om de Heer een offer te brengen. Reinig u en neem met mij deel aan het offermaal.’ Ook Isaï en zijn zonen nodigde hij uit, en aan hen voltrok hij persoonlijk de reiniging. Bij hun aankomst viel zijn oog meteen op Eliab, en hij zei bij zichzelf: Hij die daar klaarstaat is vast en zeker degene die de Heer wil zalven. Maar de Heer zei tegen Samuël: ‘Ga niet af op zijn voorkomen en zijn rijzige gestalte. Ik heb hem afgewezen. Het gaat niet om wat de mens ziet: de mens kijkt naar het uiterlijk, maar de Heer kijkt naar het hart.’ Toen riep Isaï Abinadab en stelde hem aan Samuël voor, maar die zei: ‘Ook hem heeft de Heer niet gekozen.’ Isaï stelde Samma voor, maar weer zei Samuël: ‘Ook hem heeft de Heer niet gekozen.’ Zo stelde Isaï zijn zeven zonen aan Samuël voor, maar telkens zei Samuël dat dit niet degene was die de Heer gekozen had. ‘Zijn dit alle zonen die u heeft?’ vroeg hij. ‘Nee,’ antwoordde Isaï, ‘de jongste is er niet bij, die hoedt de schapen en de geiten.’ Toen zei Samuël tegen Isaï: ‘Laat hem hier komen. We beginnen niet aan de maaltijd voordat hij er is.’ Isaï liet hem halen. Het was een knappe jongen met rossig haar en sprekende ogen. En de Heer zei: ‘Hem moet je zalven. Hij is het.’ Samuël nam de hoorn met olie en zalfde hem te midden van zijn broers. Van toen af aan was David doordrongen van de geest van de Heer. Daarna vertrok Samuël weer naar Rama.