Lezingen van de dag

DAGELIJKS EVANGELIE Ontvang iedere morgen de dagelijkse lezingen via email ! Katholieke, meertalige, gratis service.

  • Donderdag 5 Maart : Uit profeet Jeremia 17,5-10.
    on 5 maart 2026 at 07:50

    Dit zegt God de Heer: “Vervloekt is hij die op mensen vertrouwt, die steunt op een schepsel en zich afkeert van de Heer. Hij is een kale struik in de steppe, nooit krijgt hij regen. Hij staat op dorre woestijngrond, in een onvruchtbaar, verlaten gebied. Gezegend is hij die op de Heer vertrouwt, en zich veilig weet bij Hem. Hij is een boom aan een rivier, de wortels tot in het water. Hij heeft geen last van de hitte, zijn bladeren blijven groen. Een tijd van droogte deert hem niet, hij blijft altijd vrucht dragen. Niets is zo onbetrouwbaar als het hart, onverbeterlijk is het, wie kan het peilen? Ik, God de Heer, doorgrond hart en nieren, Ik vergeld ieder naar zijn gedrag, naar de vrucht van zijn werk.”

  • Donderdag 5 Maart : Psalmen 1,1-2.3.4.6.
    on 5 maart 2026 at 07:50

    Gelukkig de man die weigert te doen, wat goddelozen hem raden; die niet de wegen der zondaars gaat, niet zit te midden der spotters. maar die zijn geluk vindt in s'Heren wet, haar dag en nacht overweegt. Hij is als een boom, aan het water geplant, die vruchten draagt op zijn tijd; des zomers verdorren zijn bladeren niet, maar al wat hij doet brengt hem voorspoed. De goddelozen vergaat het zo niet: de wind blaast hen weg als kaf. De Heer immers let op de weg der gerechten, de weg van de zondaars loopt dood.

  • Donderdag 5 Maart : Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 16,19-31.
    on 5 maart 2026 at 07:50

    In die tijd zei Jezus : Er was eens een rijk man die in purper en fijn linnen gekleed ging en iedere dag uitbundig feest vierde, terwijl een arme, die Lazarus heette, met zweren overdekt voor de poort lag. Hij verlangde er naar zijn honger te stillen met wat bij de rijkaard van de tafel viel. Ja, zelfs kwamen honden zijn zweren likken. Nu gebeurde het dat de arme stierf en door de engelen in de schoot van Abraham werd gedragen. De rijke stierf ook en kreeg een eervolle begrafenis. In de onderwe­reld, ten prooi aan vele pijnen, sloeg hij zijn ogen op en zag van verre Abraham, en Lazarus in diens schoot. Toen riep hij uit: Vader Abraham, ontferm u over mij en geef Lazarus opdracht de top van zijn vinger in water te dopen en mijn tong daarmee te komen verfris­sen, want ik word door de vlammen hier gefolterd. Maar Abraham antwoordde: Mijn zoon, herinner u hoe gij tijdens uw leven uw deel van het goede hebt gekregen en op gelijke manier Lazarus het kwade; daarom ondervindt hij nu hier de vertroosting, maar wordt gij gefolterd. Daarenboven gaapt er tussen ons en u voorgoed een wijde kloof, zodat er geen mogelijkheid bestaat, zelfs als men het zou willen, van hier naar u te gaan noch van daar naar ons te komen. De rijke zei: Dan vraag ik u, vader, dat gij hem naar het huis van mijn vader wilt sturen, want ik heb nog vijf broers; laat hij hen waarschuwen, opdat zij niet eveneens in deze plaats van pijniging terecht komen. Maar Abraham sprak: Zij hebben Mozes en de profeten; laat ze naar hen luisteren. Maar hij zei: Och neen, vader Abraham! Maar als er een uit de doden naar hen toegaat, zullen ze zich bekeren. Hij echter sprak tot hem: Als ze naar Mozes en de profeten niet luisteren, zullen ze zich ook niet laten overreden, als er iemand uit de doden opstaat.'

  • Donderdag 5 Maart : H. [Padre] Pio de Pietrelcina
    on 5 maart 2026 at 07:50

    Verdraag uw ballingschap, aangezien God het zo wil. Wat een grote winst is dat voor u! Ik zal in dit leven leven, o mijn Jezus, en hoop en zwijgen zullen mijn kracht zijn, zolang dit ellendige leven duurt. En doet U intussen in mijn hart branden, o mijn Schepper en mijn God, die schone vlam van uw liefde… O enig middelpunt van al mijn geluk, o mijn God, hoe lang zal ik nog moeten wachten?… U ziet, o Heer, dat mijn kwaad zonder geneesmiddel is… Wanneer dan, o Heer, wanneer dan? Hoe lang nog?… O heilige zielen die, vrij van alle kwelling, reeds gelukkig zijn in de hemel, in die stroom van hoogste zoetheid, hoezeer benijd ik uw geluk! Ach, uit medelijden, nu u zo dicht bij de bron van het leven bent, nu u mij ziet sterven van dorst in deze benedenwereld, schenk mij toch een beetje van dat zo frisse water. Ach, gelukzalige zielen, ik beken het: ik heb mijn deel te slecht besteed, ik heb een zo kostbare steen te slecht bewaakt. Maar leve God! Voor deze fout voel ik toch dat er een geneesmiddel is. Welnu dan, o zalige zielen, doe mij het genoegen mij een weinig te helpen; ook ik, omdat ik niet heb kunnen vinden wat mijn ziel nodig had in rust en in de nacht, ook ik zal opstaan zoals de bruid uit het Hooglied, en ik zal Hem zoeken die mijn ziel bemint: “Ik zal opstaan en Hem zoeken die mijn hart liefheeft” (Hoogl. 3,2); en ik zal Hem altijd zoeken, ik zal Hem in alles zoeken, en ik zal pas rusten wanneer ik Hem heb teruggevonden op de drempel van zijn koninkrijk…

  • Woensdag 4 Maart : Uit profeet Jeremia 18,18-20.
    on 5 maart 2026 at 07:50

    Die het gemunt hadden op het leven van de profeet zeiden: 'Laten we iets tegen Jeremia ondernemen. Want het onderricht van onze priesters, de raad van onze wijzen, de verkondiging van onze profeten zullen allerminst verdwijnen. Kom, we brengen hem in opspraak, we schenken aan zijn woorden niet langer gehoor.” Heer, luister naar mij, hoor de plannen van mijn tegenstanders. Mag goed met kwaad worden vergolden? Een kuil hebben ze voor mij gegraven – en dat terwijl ik voor u stond om voor hen te pleiten, om uw toorn van hen af te wenden.