Van Paulus, apostel van Christus Jezus door de wil van God, volgens de belofte van het leven dat in Christus Jezus is, aan Timoteus, zijn geliefd kind. Genade, barmhartigheid en vrede voor u vanwege God de Vader en onze Heer Christus Jezus! Het is met dankbaarheid jegens God, die ik, evenals mijn voorouders, met een zuiver geweten tracht te dienen, dat ik uw naam noem in mijn gebeden, zonder ophouden, dag en nacht. Als ik denk aan uw tranen, verlang ik vurig u weer te zien, om weer helemaal gelukkig te zijn. En uw ongeveinsd geloof komt mij voor de geest, dat geloof dat eerst uw grootmoeder Lois en uw moeder Eunike bezield heeft en nu ook, daarvan ben ik zeker, leeft in u. Vergeet dus niet het vuur aan te wakkeren van Gods genade die in u is door de oplegging van mijn handen. Want God heeft ons niet een geest geschonken van vreesachtigheid, maar een geest van kracht, liefde en bezonnenheid. Schaam u dus niet van onze Heer te getuigen. Schaam u evenmin voor mij, zijn gevangene. Draag uw deel in het lijden voor het evangelie, door de kracht van God,
Zingt voor de Heer een nieuw gezang, zingt voor de Heer alle landen. Zingt voor de Heer, prijst zijn Naam. Verkondigt van dag tot dag dat Hij ons redt. Meldt aan de naties zijn heerlijkheid, zijn wonderdaden aan alle volken. Huldigt de Heer, alle stammen en volken huldigt de Heer om zijn glorie en macht Huldigt de Heer om de roem van zijn Naam. Beeft voor de Heer, alle mensen op aarde. Zegt tot elkander: de Heer regeert. Onwrikbaar heeft Hij de aarde geschapen, de volken bestuurt Hij met billijkheid.
In die tijd wees Jezus tweeënzeventig leerlingen aan en zond hen twee voor twee voor zich uit naar alle steden en plaatsen, waarheen Hijzelf van plan was te gaan. Hij sprak tot hen: 'De oogst is groot, maar arbeiders zijn er weinig. Vraagt daarom de Heer van de oogst arbeiders te sturen om te oogsten. Gaat dan, maar zie, Ik zend u als lammeren tussen wolven. Neemt geen beurs mee, geen reiszak, geen schoeisel; en groet niemand onderweg. Laat in welk huis gij ook binnengaat uw eerste woord zijn: Vrede aan dit huis! Woont daar een vredelievend mens, dan zal uw vrede op hem rusten; zo niet, dan zal hij op u terugkeren. Blijft in dat huis en eet en drinkt wat zij u aanbieden; want de arbeider is zijn loon waard. Gaat niet van het ene huis naar het andere. In elke stad waar ge binnengaat en ontvangen wordt, eet wat u wordt voorgezet, geneest de zieken die er zijn en zegt tot hen: Het Rijk Gods is u nabij.
Drie Brieven die traditioneel toegeschreven worden aan Paulus, waarvan twee gericht zijn aan Timoteüs en een aan Titus. Timoteüs is een Griekse naam en betekent: "hij die God eert". Terwijl Lucas in de Handelingen hem zes keer noemt, verwijst Paulus in zijn brieven wel zeventien keer naar hem (terwijl hij bovendien één keer in de Brief aan de Hebreeën voorkomt). Men kan er uit afleiden dat hij in de ogen van Paulus groot aanzien genoot... Wat vervolgens de figuur van Titus betreft, wiens naam van Latijnse origine is, weten we dat hij Griek was van geboorte, dat wil zeggen een heiden (cf Gal 2,3). Paulus neemt hem met zich mee naar Jeruzalem voor het zogenaamde apostolische Concilie (Hand. 15), waarin plechtig de prediking van het evangelie aan de heidenen werd aanvaard... Na het vertrek van Timoteüs uit Korinte, zendt Paulus Titus er heen met de opdracht die weerspannige gemeente weer tot gehoorzaamheid te brengen. Wanneer we de beiden figuren van Timoteüs en Titus tegelijk beschouwen, kunnen we concluderend zeggen dat zij ons enkele heel betekenisvolle gegevens opleveren. Het belangrijkste is dat Paulus zich bij het volbrengen van zijn missies omringde met medewerkers. Hij blijft ongetwijfeld de Apostel bij uitstek, stichter en herder van vele kerken. Toch blijkt duidelijk dat hij niet alles alleen deed, maar steunde op vertrouwde personen die deelden in zijn ontberingen en zijn verantwoordelijkheden. Een andere belangrijke observatie betreft de beschikbaarheid van deze medewerkers. De bronnen stellen wat Timoteüs en Titus aangaat heel duidelijkheid hun onmiddellijke bereidheid in het licht in het op zich nemen van diverse opdrachten, die dikwijls bestonden in het vertegenwoordigen van Paulus, ook in niet gemakkelijke situaties. In één woord: zij leren ons het evangelie met edelmoedigheid te dienen, in de wetenschap dat dat ook een dienst aan de Kerk zelf met zich meebrengt. ... Door middel van onze concrete inzet moeten en kunnen ook wij de waarheid van deze woorden ontdekken, en... rijk zijn aan goede werken, om zo de deuren van de wereld te openen voor Christus, onze Heiland.
In vroeger tijd is er oneer gebracht over het land van Zebulon en Naftali, maar in de toekomst zal eer bewezen aan de kuststreek, het Overjordaanse en het domein van andere volken. Het volk dat in duisternis ronddoolt ziet een schitterend licht. Zij die in het donker wonen worden door een helder licht beschenen. U hebt het volk weer groot gemaakt, diepe vreugde gaf U het, blijdschap als de vreugde bij de oogst, zij jubelen als bij het verdelen van de buit. Het juk dat op hen drukte, de stok op hun schouder, de zweep van de drijver, U hebt ze verbrijzeld, zoals Midjan destijds.