Lezingen van de dag

DAGELIJKS EVANGELIE Ontvang iedere morgen de dagelijkse lezingen via email ! Katholieke, meertalige, gratis service.

  • Zaterdag 14 Maart : Uit de profeet Hosea 6,1-6.
    on 14 maart 2026 at 08:53

    Zo spreekt de Heer: “In zijn ellende zal mijn volk Mij zoeken van de vroege morgen af en zeggen: Kom, laten we terugkeren tot de Heer, Hij heeft ons verscheurd, Hij zal ons ook genezen, Hij heeft wonden geslagen, Hij zal ze ook verbinden. Na twee dagen maakt Hij ons weer levend, op de derde dag laat Hij ons weer opstaan om weer te leven voor zijn aanschijn. Wij willen de Heer liefhebben, ons inspannen om Hem te kennen. En zeker als de dageraad vertoont Hij zich, komt Hij over ons als de regen, als de lenteregen die de aarde drenkt. Wat moet Ik met u beginnen, Efraïm? Wat moet Ik met u beginnen, Juda? Uw vroomheid is als de morgennevel, als de dauw die vroeg in de morgen verdwijnt. Daarom heb Ik op u ingeslagen door de profeten, heb Ik de dood gebracht door de woorden van mijn mond: mijn oordeel brak door als het licht. Want vroomheid wens Ik, geen offergaven, en liefde voor God méér dan brandoffers.”

  • Zaterdag 14 Maart : Psalmen 51(50),3-4.18-19.20-21ab.
    on 14 maart 2026 at 08:53

    God, ontferm U over mij in uw barmhartigheid, delg mijn zondigheid in uw erbarmen. Was mijn schuld volkomen van mij af, reinig mij van al mijn zonden. In geschenken hebt Gij geen behagen, wat ik U ook bied, Gij wilt het niet. Wat ik offer, God, is mijn boetvaardigheid, een vermorzeld en vernederd hart wijst Gij niet af. Wees ook Sion in uw goedheid weer genadig, bouw de muren van Jeruzalem weer op. Dan ontvangt Gij alle offers die Gij hebt bevolen, dan komt men weer offeren op uw altaar.

  • Zaterdag 14 Maart : Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 18,9-14.
    on 14 maart 2026 at 08:53

    In die tijd vertelde Jezus, met het oog op sommigen, die overtuigd van eigen gerechtig­heid, de anderen minacht­ten, de volgende gelijkenis. 'Twee mensen gingen op naar de tempel om te bidden; de een was een Farizeeer en de andere een tollenaar. De Farizeeer stond met opgeheven hoofd en bad bij zichzelf als volgt: God, ik dank u dat ik niet zo ben als de rest van de mensen, rovers, onrechtvaardi­gen, echtbrekers, of ook als die tollenaar daar. Ik vast tweemaal per week en geef tienden van al mijn inkomsten. Maar de tollenaar bleef op een afstand en wilde zelfs niet zijn ogen opheffen naar de hemel; maar hij klopte zich op de borst, en zei: God wees mij, zondaar, genadig. Ik zeg u: deze ging gerecht­vaardigd naar huis en niet die andere, want alwie zich verheft zal vernederd, maar wie zich vernedert zal verheven worden.'

  • Zaterdag 14 Maart : H. Gregorius de Grote
    on 14 maart 2026 at 08:53

    Zeer vaak ziet de rechtvaardige, die door enkele tegenslagen is neergedrukt, zich genoodzaakt zijn daden ter sprake te brengen, zoals de zalige Job, die na een rechtvaardig leven door rampen werd getroffen. Maar wanneer de onrechtvaardige het woord van de rechtvaardige hoort, ziet hij daarin hoogmoed eerder dan oprechtheid. Want hij beoordeelt het woord van de rechtvaardige met zijn eigen hart en denkt niet dat het woord van de wijze in nederigheid kan worden uitgesproken. Immers, zoals het een zware fout is zich toe te eigenen wat men niet is, zo is het vaak helemaal geen fout om met nederigheid de deugd te benoemen die men werkelijk bezit. Daarom gebeurt het dikwijls dat rechtvaardige en onrechtvaardige dezelfde woorden gebruiken: maar hun harten zijn altijd ver van elkaar verwijderd, en naargelang zij uit de mond van de onrechtvaardige of van de rechtvaardige komen, kwetsen of verzoenen dezelfde woorden de Heer. Zo zei de Farizeeër die de tempel binnenging: “Ik vast tweemaal per week, ik geef de tienden van alles wat ik bezit.” Maar de tollenaar ging gerechtvaardigd naar huis terug, en hij niet. Ook koning Hizkia, die zwaar door ziekte getroffen was en aan het einde van zijn leven gekomen, zei in de ootmoed van zijn gebed: “Ik smeek U, Heer, denk eraan — ik bid U — hoe ik in trouw voor Uw aangezicht heb gewandeld met een oprecht hart.” (Jes. 38,3) Tegen deze verklaring van volmaaktheid stelt de Heer geen minachting of afwijzing: Hij verhoort zijn gebed onmiddellijk. Ziehier dus de Farizeeër, die zichzelf rechtvaardig verklaarde in zijn werken, en Hizkia, die bevestigde rechtvaardig te zijn zelfs in zijn innerlijk: dezelfde houding, maar de een heeft de Heer beledigd, de ander heeft Hem verzoend. Waarom is dat zo? Omdat de almachtige God de woorden van ieder van ons weegt naar onze gedachten, en zijn oor in woorden die voortkomen uit de nederigheid van het hart geen enkele hoogmoed hoort. Daarom werd ook de zalige Job, toen hij zijn goede werken uiteenzette, geenszins door hoogmoed tegenover God opgeblazen, omdat hij in nederigheid zei wat hij in waarheid had gedaan.

  • Vrijdag 13 Maart : Uit de profeet Hosea 14,2-10.
    on 14 maart 2026 at 08:53

    Zo spreekt de Heer: “Bekeer u, Israël, tot de Heer uw God, want over uw schuld zijt gij gestruikeld. Kom met uw woorden als gave, bekeer u tot de Heer en zeg Hem: Gij vergeeft toch alle schuld, aanvaard ook onze goede wil: wij zullen onze woorden als offerdieren geven. Assur kan ons niet redden, wij zullen niet meer op paarden rijden en tegen het maaksel van onze handen zeggen wij nooit meer: Gij zijt onze God. Gij Heer, zijt immers degene bij wie de wees ontferming vindt. Ik wil hen van hun ontrouw genezen en hun van harte mijn liefde schenken. Mijn toorn heeft zich van hen afgewend. Ik wil voor Israël zijn als de dauw: als een lelie zal hij gaan bloeien en hij zal wortels schieten, als op de Libanon. Zijn scheuten lopen uit, zijn luister evenaart die van de olijfboom, zijn geur die van de Libanon. Zij zullen opnieuw in zijn schaduw zitten, zij zullen koren kunnen verbouwen, zij zullen bloeien als de wingerd en vermaard zijn als de wijn van de Libanon. Wat heb Ik dan nog met de afgoden te maken, Efraïm? Ik ben het die hem verhoort en die naar hem omziet. Ik ben als een altijd groene cypres aan Mij zijn uw vruchten te danken. Wie is zo wijs dat hij dit beseft, wie is zo verstandig dat hij dit inziet? Inderdaad, recht zijn de wegen van de Heer: de rechtschapenen bewandelen die, maar rebellen komen er ten val.”